Energie besparen in huis: waar begin je

Klimaatverandering en stormschade

Leestijd: 3 tot 5 minuten

Klimaatverandering zorgt voor een groter risico op stormschade

Klimaat verandert, risico's veranderen mee

Het klimaat verandert en daarmee het risico op schade door extreem weer. In Nederland betekent dat niet automatisch dat we steeds meer of zwaardere windstormen krijgen. Wel neemt het risico op schade door extreme neerslag, hagel, wateroverlast en langdurige weersituaties toe.

Dat betekent dat we ons moeten voorbereiden. Door meer ruimte te maken voor water, onze omgeving te vergroenen en klimaatrisico's mee te nemen bij nieuwe bouwplannen kunnen we schade beperken. Ook preventieve maatregelen aan woningen en gebouwen helpen. En als schade toch ontstaat, kan een goede verzekering tegen storm- en waterschade de financiële gevolgen opvangen.

Klimaatverandering en stormschade: wat is de relatie?

Om te begrijpen waarom het risico op schade verandert, moeten we kijken naar de werking van het klimaatsysteem.

Ons klimaatsysteem

De aarde ontvangt energie van de zon en straalt zelf warmte uit naar de ruimte. Broeikasgassen zoals CO₂ houden een deel van die warmte vast. Daardoor blijft meer energie in het klimaatsysteem en stijgt de gemiddelde temperatuur.

Dat heeft gevolgen voor de atmosfeer. Warme lucht kan meer waterdamp bevatten. Gemiddeld kan de atmosfeer ongeveer 7 procent meer waterdamp bevatten voor iedere graad opwarming.

Dat extra vocht is belangrijk bij het ontstaan van zware neerslag. Wanneer vochtige lucht opstijgt en afkoelt, condenseert de waterdamp tot waterdruppels. Daarbij komt warmte vrij. Die warmte levert extra energie aan het weersysteem.

Een warmer klimaat betekent daardoor vooral een groter risico op extreme neerslag. Het gaat niet noodzakelijk om meer dagen met regen, maar om meer regen tijdens zware buien.

Zware buien in de zomer

In de zomer kan warme, vochtige lucht leiden tot korte maar zeer hevige regenbuien. In korte tijd kan enorm veel water vallen.

Wanneer de bodem het water niet snel genoeg kan opnemen en de riolering de hoeveelheid water niet kan verwerken, ontstaat wateroverlast. Verharding maakt dat probleem groter. Wegen, parkeerplaatsen, gebouwen en betegelde tuinen laten immers weinig water door.

Een extreme bui kan daardoor in korte tijd voor grote schade zorgen aan woningen, auto's, bedrijven en infrastructuur.

Langdurige neerslag in de winter

In de winter is het effect vaak anders. Relatief warme lucht vanaf de oceaan kan grote hoeveelheden vocht bevatten. Wanneer die vochtige lucht boven het koudere land terechtkomt, kan langdurige en grootschalige neerslag ontstaan.

Het water valt dan niet noodzakelijk in één extreem zware bui. Het probleem kan juist ontstaan doordat het dagenlang blijft regenen. Rivieren en grondwater kunnen daardoor steeds verder stijgen en uiteindelijk tot overlast leiden.

Worden stormen ook steeds zwaarder?

Bij zware windstormen is het verhaal minder eenduidig.

Het lijkt logisch dat een warmer klimaat, met meer energie in het systeem, automatisch tot krachtigere stormen zou leiden. In werkelijkheid zijn stormen veel complexer. Ze worden niet alleen bepaald door temperatuur, maar ook door luchtdrukverschillen, luchtstromen en de straalstroom.

Er is op dit moment geen overtuigend bewijs dat het aantal zware windstormen in West-Europa of Nederland spectaculair toeneemt.

Daarbij is het lastig om langetermijntrends in extreme stormen vast te stellen. Zware stormen komen relatief weinig voor en historische meetreeksen zijn beperkt. Bovendien zijn meetmethoden in de loop van de tijd veranderd. Daardoor is het moeilijker om verschillen tussen vroeger en nu uitsluitend aan klimaatverandering toe te schrijven.

Wetenschappers zijn daarom voorzichtig met stellige uitspraken over de ontwikkeling van extreme windstormen.

Dat betekent echter niet dat klimaatverandering geen invloed heeft op het stormschaderisico.

De veranderende straalstroom

Een belangrijke factor is de straalstroom: een sterke luchtstroom op grote hoogte die een belangrijke rol speelt bij het weer in Europa.

De straalstroom wordt mede aangedreven door het temperatuurverschil tussen het koude poolgebied en de warmere gebieden verder naar het zuiden. De Noordpool warmt momenteel sneller op dan veel andere delen van de wereld. Daardoor wordt het temperatuurverschil kleiner.

Dat kan invloed hebben op de straalstroom. Een mogelijke consequentie is dat deze meer gaat meanderen en weersystemen minder snel verplaatsen.

Wanneer een weersysteem langer boven dezelfde regio blijft hangen, kan ook de bijbehorende neerslag langer aanhouden. Een periode van extreme regen kan daardoor meer schade veroorzaken, zelfs als de wind zelf niet uitzonderlijk sterk is.

De rol van warmere oceanen

Ook de oceanen spelen een rol.

Warmer zeewater zorgt voor meer verdamping. Daardoor komt meer vocht in de atmosfeer terecht. Passerende stormsystemen kunnen dat extra vocht vervolgens meenemen en omzetten in neerslag.

Bij tropische cyclonen is de relatie tussen warm zeewater en stormintensiteit goed onderzocht. Voor Europa en gematigde stormen is het verband ingewikkelder. Toch kan extra vocht ook hier bijdragen aan intensere neerslag.

Voor Nederland is dat vooral relevant omdat veel van ons weer vanaf de Atlantische Oceaan komt.

Welke maatregelen kunnen we nemen?

We kunnen extreem weer niet voorkomen. We kunnen er wel voor zorgen dat de gevolgen kleiner worden en we ons aanpassen.

  1. Klimaatverandering bij de bron aanpakken

Zolang de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer blijft stijgen, blijft de aarde verder opwarmen. Het beperken van de uitstoot is daarom belangrijk om verdere veranderingen in het klimaatsysteem af te remmen. 

  1. Meer ruimte voor water

Een van de belangrijkste maatregelen is ervoor zorgen dat regenwater ergens naartoe kan.

Wadi's, waterbuffers, vijvers en open waterpartijen kunnen bij hevige regen tijdelijk veel water opvangen. Het water krijgt daardoor meer tijd om in de bodem te zakken of gecontroleerd te worden afgevoerd.

Ook groene daken kunnen helpen. De begroeiing en ondergrond houden een deel van het regenwater vast, waardoor niet al het water tegelijkertijd in het riool terechtkomt.

  1. Vergroenen en ontharden

Een tweede maatregel is het terugdringen van verharding.

Tegels en asfalt laten nauwelijks water door. Gras, planten en bomen doen dat wel. Door tegels te vervangen door groen kan regenwater gemakkelijker in de bodem trekken. 

Een groene tuin, regenton of eigen waterbuffer kan ook helpen om regen tijdelijk op te vangen.

Vergroening heeft bovendien een derde voordeel: planten en bomen zorgen voor verkoeling tijdens warme perioden. Een groenere omgeving helpt ons dus om met verschillende gevolgen van klimaatverandering om te gaan.

  1. Klimaatrisico's meenemen bij bouwen

Ook bij ruimtelijke planning kunnen we ons beter voorbereiden.

Niet iedere locatie is even geschikt voor bebouwing. Overstromings- en waterkaarten kunnen helpen om te bepalen waar de risico's het grootst zijn. Is bouwen op de lange termijn verstandig en veilig? 

En pas gebouwen aan op het risico: zo kunnen kwetsbare installaties hoger worden geplaatst of kunnen maatregelen worden genomen om water buiten het gebouw te houden.

  1. Schade vooraf beperken

Ook bewoners en bedrijven kunnen zelf maatregelen nemen.

Goed onderhoud van daken, dakgoten en afvoer voorkomt bijvoorbeeld dat regenwater onnodig voor problemen zorgt. Kwetsbare installaties, apparatuur en waardevolle spullen kunnen zo worden geplaatst dat ze minder snel door water worden beschadigd.

Het principe is eenvoudig: schade voorkomen is vaak goedkoper dan schade herstellen.

  1. Je verzekeren tegen storm- en waterschade

Niet alle schade is te voorkomen. Daarom is ook een passende verzekering een belangrijke maatregel.

Een verzekering tegen storm- en waterschade kan ervoor zorgen dat de financiële gevolgen van een schadegeval niet volledig voor eigen rekening komen. Welke schade precies wordt vergoed, verschilt per verzekering en polis. Het is daarom belangrijk om vooraf te controleren welke gebeurtenissen zijn gedekt en welke voorwaarden gelden.

Ook voor verzekeraars verandert het risicobeeld. Zij kijken onder andere naar historische schadegegevens. Premies voor bijvoorbeeld de cascoverzekering zijn gebaseerd op die historische data. Wanneer extreme neerslag, hagel of andere weersschade vaker voorkomt of grotere schade veroorzaakt, kan dat gevolgen hebben voor de manier waarop risico's worden ingeschat.

Dat kan zich bijvoorbeeld vertalen in andere premies, voorwaarden of dekkingen.

Samenvatting

Klimaatverandering betekent niet automatisch dat Nederland steeds meer zware windstormen krijgt. Voor een sterke toename van extreme windstormen in West-Europa is geen overtuigend bewijs. Het gedrag van stormen wordt bepaald door een complex samenspel van temperatuur, luchtdruk, luchtstromen en de straalstroom.

Het risico op schade door extreem weer verandert wel. Een warmere atmosfeer kan meer vocht bevatten, waardoor extreme regenval heviger kan worden. Warmere oceanen leveren extra vocht aan weersystemen. Veranderingen in de straalstroom kunnen er bovendien toe bijdragen dat bepaalde weersystemen langer boven dezelfde regio blijven hangen.

De schade wordt versterkt door de manier waarop we onze omgeving hebben ingericht. Door verharding kan regenwater minder gemakkelijk de bodem in. Daardoor kan extreme neerslag sneller leiden tot wateroverlast.

Door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, kunnen we verdere opwarming en daarmee verdere veranderingen in het klimaatsysteem afremmen.

Ook kunnen we proberen de schade te beperken. Door: meer ruimte voor water, vergroening en ontharding, klimaatbestendig bouwen en preventieve maatregelen aan woningen en gebouwen. Een passende verzekering tegen storm- en waterschade kan helpen om de financiële gevolgen op te vangen wanneer schade toch ontstaat.

Door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, kunnen we verdere opwarming en daarmee verdere veranderingen in het klimaatsysteem afremmen.

Bronnen:

  • KNMI, Kennis- en datacentrum 
  • IPCC-klimaatrapporten – de in waarschijnlijkheidstermen geformuleerde conclusies over extreme neerslag en stormen
  • Fundamentele natuurkunde: de stralingswetten (Stefan-Boltzmann, het vierdemachtsverband tussen temperatuur en uitgestraalde energie), de Clausius-Clapeyronrelatie (± 7% meer waterdamp per graad opwarming) en de verdampingswarmte van water (ruim 2 MJ per kilogram)