Energie besparen in huis: waar begin je

Dynamische energie stimuleert duurzaam energieverbruik

Leestijd: 3 tot 5 minuten

Het aandeel opgewekte groene energie in Nederland schommelt rond de 50%. En het is de bedoeling dat we in 2050 op 100% duurzame energie zitten. Veel Nederlanders helpen deze ontwikkeling al via het afnemen van groene stroom. Maar wist je dat op piekmomenten de fossiele centrales (kolen,gas) tóch moeten bijspringen? Dat is precies wat we nou wilden voorkomen met onze groene energiecontracten, toch?

Een oplossing is meer flexibiliteit: ons verbruik verschuiven naar gunstigere uren. Een dynamisch energiecontract helpt daarbij. In dit artikel lees je over de werking van ons elektriciteitsnet en hoe een dynamisch energiecontract het aandeel fossiele energie kan terugdringen. 

Hoe werkt ons electriciteitsnet?

Op jaarbasis kun je als land of regio best veel hernieuwbare energie produceren. Maar als er op een winteravond veel vermogen nodig is en zon en wind leveren dan weinig, ontstaat er direct een probleem. 

In gesprekken over elektriciteit worden energie en vermogen vaak door elkaar gehaald. Om te begrijpen hoe ons elektriciteitsnet werkt is het goed om dit verschil te kennen: 

  • Energie is de totale hoeveelheid: de “inhoud” die je kunt verbruiken of opwekken, gemeten in joules (J)
  • Vermogen is de snelheid waarmee energie wordt geleverd of verbruikt, uitgedrukt in watt.

Het elektriciteitsnet heeft geen buffer.  Daarom moeten energie en vermogen (vraag en aanbod) altijd in balans zijn, stabiel. Dat is nu vaak niet zo. ‘s Avonds is er een piek omdat huishoudens dan massaal energie afnemen. Vooral de winteravonden zijn lastig. Mensen komen thuis, zetten verlichting aan, koken, douchen, wassen en laden de elektrische auto en warmtepompen vragen extra vermogen omdat het buiten koud is. Al die apparaten samen zorgen voor een hoge vraag op hetzelfde moment. De zonnestroom is lager en het waait niet altijd. Als de vraag plots stijgt of de productie inzakt, moeten andere bronnen dat onmiddellijk opvangen, om het net in balans te houden. Die bronnen zijn vaak gascentrales en soms import uit onze buurlanden. Ook de import is vaak uit fossiele bronnen, zoals steenkool. Dat maakt de zogeheten CO₂-intensiteit per kWh sterk tijdsafhankelijk: op piekuren is elektriciteit gemiddeld genomen vaak “grijzer” dan op winderige middagen of zonnige weekenddagen.

Dit verklaart waarom “100% groen op jaarbasis” niet automatisch betekent dat elk uur van het jaar ook daadwerkelijk groen is. 

Mogelijke oplossingen piekbelasting

Opslag

Opslag klinkt als de perfecte oplossing: overtollige groene stroom bewaren en later gebruiken. In de praktijk is opslag waardevol, maar er zitten duidelijke grenzen aan. Allereerst is opslag altijd een omzetting van energie waarbij verlies optreedt. Bijvoorbeeld elektrisch naar chemisch in een batterij, naar potentiële energie in pompcentrales of naar waterstof via elektrolyse. Elke omzetting geeft verlies: je krijgt niet alles terug wat je erin stopt. Batterijsystemen hebben meestal een totaal rendement van 80 tot 90 procent. Bij waterstofsystemen kan het totale rendement van de hele keten dalen tot 30 à 40 procent. Opslaginstallaties vragen bovendien veel materiaal, ruimte en netaansluitingen. Daarom is dit een dure oplossing.

Bovendien lossen de meeste opslagsystemen alleen problemen op korte termijn op: voor enkele uren of een dag. Ze zijn minder geschikt voor seizoensverschillen tussen de productie in de zomer en het verbruik in de winter. In theorie kan dat wel, maar daarvoor is een zeer grote schaal nodig. Economisch is dat moeilijk haalbaar. Groene waterstof biedt hiervoor meer mogelijkheden, maar de verliezen en investeringen die daarvoor nodig zijn, zijn erg groot.

Kerncentrales?

En kerncentrales dan? Die hebben weliswaar een lage CO₂-uitstoot tijdens de productie van energie, maar zijn technisch minder geschikt om snel op- en af te regelen. Ze functioneren vooral als baseloadproductie en zijn ongeschikt voor het opvangen van piekbelasting

Rol van de economie

Je merkt het: iets kan in theorie mogelijk zijn, maar economisch of praktisch niet haalbaar. Energieopslag kost bijvoorbeeld veel geld en blijft daardoor beperkt. 

In theorie kunnen we ook installaties afstemmen op het hoogste verbruik. Maar dat is zeer inefficiënt. Want die grootste piekmomenten komen maar enkele uren per jaar voor. En daarvoor moeten we enorme vermogens installeren die het grootste deel van de tijd onderbenut zijn. Dat leidt tot meer materiaalgebruik, hogere investeringskosten en extra verzwaring van het elektriciteitsnet. Uiteindelijk betaalt iemand die rekening: de verbruiker. Vanuit energie- en economisch oogpunt is het daarom verstandiger om niet alleen het aanbod te vergroten, maar ook de vraag flexibeler te maken.

Meer flexibiliteit als oplossing

Vraagsturing draait om één simpele gedachte: als sommige apparaten niet per se nu hoeven te draaien, dan kun je ze plannen op momenten dat er meer (duurzaam) energieaanbod is of dat het net minder belast is. Vraagsturing is geen “alles-of-niets”. Zelfs een deel van het verbruik verschuiven kan al effect hebben op de piek en daarmee op kosten, netbelasting en fossiele uitstoot op piekuren. Het is beter om pieken te voorkomen dan ze op te vangen. 

Rol particulieren

Particulieren kunnen daarbij helpen via het opslaan van overtollige groene energie. Dit is goed nieuws voor huishoudens met een elektrische auto, warmtepomp, boiler, zonnepanelen of thuisbatterij. Want dit soort apparaten kan vaak (deels) op een ander moment draaien. Met een dynamisch energiecontract en slimme sturing kun je die flexibiliteit benutten. Timing speelt daarbij een grote rol: je energie gebruiken op een beter moment. Wanneer dat moment is maakt een dynamisch energiecontract zichtbaar.

Hoe helpt een dynamisch energiecontract?

Een dynamisch energiecontract maakt de beste timing voor het gebruik van jouw opgelagen energie zichtbaar. Dat kun je aflezen aan de prijzen. De uur- of kwartierprijs weerspiegelt in grote lijnen wat het systeem op dat moment nodig heeft: bij veel zon en wind is de prijs vaak lager; bij schaarste (wanneer fossiele energie moet bijspringen) is de prijs hoger. Als je dus jouw apparaten slim gebruikt, kun je geld besparen én de druk op het net verminderen, waardoor het gebruik van fossiele brandstof afneemt. 

Voor veel huishoudens zit de flexibiliteit vooral in deze “regelbare” verbruikers: elektrische auto, warmtepomp, boiler of (warm)watervat, zonnepanelen en thuisbatterij.  

Samenvatting

Het verder vergroten van het aandeel groene energie vraagt om twee dingen tegelijk: meer hernieuwbare productie én meer flexibiliteit in hoe en wanneer we elektriciteit gebruiken. Zon en wind leveren schone energie, maar helaas niet altijd op de momenten dat de vraag piekt. Ons elektriciteitsnet heeft geen buffer en vereist dat vraag en aanbod altijd in balans is. Zonder flexibiliteit blijft er bij grote vraag behoefte aan extra vermogen, dat nu vaak fossiel is.

Daarom past een dynamisch energiecontract logisch in een energiesysteem met steeds meer zon en wind: het helpt huishoudens om de timing van verbruik af te stemmen op de actuele situatie van het net. Wie flexibele verbruikers heeft—zoals een elektrische auto, warmtepomp, boiler, zonnepanelen of thuisbatterij—kan door slimmer te plannen meebewegen met duurzame opwek.

Bronnen:

  • Atlas Natuurlijk Kapitaal (RIVM) – hernieuwbare energiebronnen
  • New Energy Coalition – verschil groene en blauwe waterstof
  • Algemene natuurkundige en energiesysteemprincipes: het onderscheid energie (joule) versus vermogen (watt), de fysische noodzaak van netbalans, rendementen van opslag (batterijen ± 80–90%, waterstofketen ± 30–40%) en de marktprijsvorming op basis van marginale productiekost.
  • HIER-hoeveel duurzame energie wordt er in NL opgewekt?